Wat gebeurde er eigenlijk met COVID 1 tot en met 18?

Foto: Everett Collection / Shutterstock.com

De hele wereld is bezig met het coronavirus COVID-19, maar hoe zit het met de voorgangers? Over COVID-1 tot en met 18 is heel weinig bekend. Viroloog Eric Stammelhuis legt uit hoe dat komt.

“Mensen denken vaak dat een virus als COVID-19 ineens ontstaat. Dat is niet het geval. Aan COVID-19 gingen heel wat minder succesvolle virussen vooraf”, aldus de arts. “COVID-1 tot en met 18 kregen minder media-aandacht. Toch is er in de medische literatuur wel wat informatie over te vinden.”

COVID-1: Ook wel het oervirus genoemd. Hoewel corona op virusgebied echt iets nieuws was, raakten maar weinig mensen besmet. Mogelijk was het virus zijn tijd te ver vooruit. De wereld was er in 1812 simpelweg nog niet klaar voor.

COVID-2: De tweede versie van COVID was al heel wat geavanceerder. Toch zat ook COVID-2 nog vol met kinderziektes. Mensen die met COVID-2 waren besmet kregen hooguit een loopneus.

COVID-3: In technisch opzicht een prima virus, maar veel te ingewikkeld.

COVID-4: Een bescheiden succesje in Zuidoost-Azië, maar geen virus voor de massa.

COVID-5: Door een besmettingsfout is COVID-5 nooit wereldwijd in omloop gekomen. Een eenvoudig teentje knoflook was voldoende om immuniteit op te bouwen.

COVID-6: Nooit ontdekt.

COVID-7: Het eerste coronavirus dat in Brazilië in omloop kwam. Het virus had het uitsluitend gemunt op profvoetballers. De Braziliaanse voetbalcompetitie werd om die reden stilgelegd.

COVID-8: Het achtste coronavirus, COVID-8, werd ontdekt in 1984. Een ongelukkig moment, want de wereld was in dat jaar meer bezig met HIV.

COVID-9: Door virologen werd COVID-9 ook wel het ‘moonwalk-virus’ genoemd, vanwege het effect van het virus op de beenspieren.

COVID-10: Een laf, nietszeggend ‘tussenvirus’ dat in 1988 werd ontdekt. Eigenlijk gewoon een slechte kopie van COVID-5.

COVID-11: Het coronavirus had duidelijk geleerd van de blunder met nummer 10. COVID-11 veroorzaakte meer dan elfduizend patiënten, vandaar de naam. Voor het eerst raakten ook mensen besmet in Rusland, dat door de val van het IJzeren Gordijn beter bereikbaar was.

COVID-12: Het coronavirus wordt steeds intelligenter. De variant COVID-12 had een beperkt vocabulaire, maar was toch in staat om korte zinnetjes te vormen.

COVID-13: Mede door het vliegverkeer kon COVID-13 zich snel over de wereld verspreiden. Toch bleven besmettingen beperkt tot zakenlieden en miljonairs, omdat het virus het vertikte om economyclass te vliegen.

COVID-14: Door de vooruitgang in de medische wereld zou COVID-14 nu weinig schade kunnen aanrichten. Maar in die tijd (1997) was het een straf baasje!

COVID-15: Het ‘millennium-virus’, dat eind 1999 uitbrak met een incubatietijd van 30 dagen. Wie in januari 2000 ziek werd, kon zeggen dat ‘ie in de vorige eeuw al besmet was.

COVID-16: Tsja, COVID-16, wie kent het niet? Een goed glas wijn, een stukje kaas, wat kunnen we er nog meer over zeggen?

COVID-17: Ineens liet het coronavirus zich van een andere kant zien. Nog geen pandemie, maar COVID-17 was veel minder sympathiek dan zijn voorganger. Voor het eerst kwamen mensen met het coronavirus in het ziekenhuis. Gelukkig werden daar geen patiënten besmet.

COVID-18: De voorloper van het nu zo dodelijke COVID-19 bereikte Europa in november 2018. Toch zijn beide virussen absoluut niet te vergelijken. COVID-18 veroorzaakte vooral schade aan de hersenen. Patiënten werden agressief en konden niet meer goed nadenken. Voor het eerst nam de overheid maatregelen om verspreiding te voorkomen. Wie besmet was met COVID-18 was herkenbaar aan een geel hesje.