Een Amerikaanse rechtbank in hoger beroep heeft geoordeeld dat de meeste invoerheffingen die president Donald Trump invoerde, illegaal zijn.
Dit geldt voor het basistarief van 10 procent op bijna alle landen, hogere wederkerige tarieven voor diverse handelspartners en afzonderlijke heffingen op producten uit Canada, Mexico en China. Trump rechtvaardigde deze maatregelen met het argument dat ze moesten bijdragen aan de strijd tegen fentanylhandel en illegale immigratie. De rechtbank verwierp echter zijn beroep op de International Emergency Economic Powers Act uit 1977, waarin staat dat de president economische maatregelen mag nemen bij een uitzonderlijke bedreiging.
Volgens de rechters, met een meerderheid van 7 tegen 4, handelde Trump buiten zijn bevoegdheden en had het opleggen van invoerheffingen bij het Congres moeten liggen. De heffingen blijven voorlopig van kracht, omdat de uitspraak pas in oktober ingaat, waardoor het kabinet nog tijd krijgt om het oordeel aan het Hooggerechtshof voor te leggen. Trump noemde de uitspraak zeer partijdig en waarschuwde voor ernstige gevolgen voor de Verenigde Staten.