
DEN HAAG - Het kabinet maakt zich zorgen over de jeugd. In de eerste zes maanden van 2026 waren er 581 (pogingen tot) aanslagen met explosieven in Nederland. Dat zijn er 124 minder dan in de eerste helft van 2025. Volgens het kabinet toont de daling aan dat jongeren nauwelijks nog buitenkomen.
Waar veel jongeren een paar jaar geleden nog midden in de nacht de straat op ging om samen een voordeur op te blazen, blijft het in steeds meer wijken ’s nachts stil. In sommige straten is al maanden niets meer ontploft. Minister Mirjam Sterk (Jeugd en Sport) is geschrokken van de cijfers.
“Frisse lucht en beweging zijn juist ontzettend belangrijk voor de jeugd. Helaas zien we dat jongeren tegenwoordig alleen nog maar binnen zitten te fatbiken. Als je om drie uur ’s nachts de slaapkamerdeur opendoet en je zoon ligt gewoon in bed, dan weet je als ouder: hier groeit iets scheef”, aldus de minister.
Maatregelen
Het ministerie werkt daarom aan een pakket maatregelen om jongeren weer naar buiten te krijgen. Ook de kansenongelijkheid wordt aangepakt. “Niet iedere jongere kent nou eenmaal een ondernemer die ’s nachts weleens iets geregeld wil hebben”, zegt Sterk. “Die achterstand moeten we wegwerken. Ieder kind verdient een eerlijke kans op een klus.”
Uit cijfers van het ministerie blijkt hoe hard de maatregelen nodig zijn: nog geen vijf procent van de jongeren heeft dit jaar iets opgeblazen. Daarmee blijft deze generatie ver onder de beweegnorm.


