
SCHEVENINGEN - De Noordzee moet de komende jaren dertig tot veertig meter ondieper worden gemaakt. Dat adviseert de commissie Recreatieve Waterveiligheid in een vernietigend rapport over verdrinkingen langs de Nederlandse kust. De commissie stelt vast dat vrijwel alle slachtoffers verdronken op plekken waar het water dieper was dan zijzelf lang waren, en concludeert dat de overheid dit risico decennialang bewust heeft laten voortbestaan.
De commissie, ingesteld na 132 verdrinkingen in één jaar, reconstrueerde tientallen incidenten en stuitte telkens op hetzelfde patroon: het slachtoffer ging het water in, het water bleek te diep, en pas daarna ging het mis. Omdat het Nederlandse deel van de Noordzee gemiddeld zo’n dertig meter diep is, wil de commissie dat Rijkswaterstaat volgend jaar al begint met het ophogen van de zeebodem.
“Het is de bedoeling dat Rijkswaterstaat volgend voorjaar bij Scheveningen al begint met het storten van de eerste van in totaal 1.700 miljard kubieke meter zand. In 2030 zouden badgasten dan al tot ver voorbij de horizon kunnen staan”, zegt woordvoerder Mahadma Kramer. “Als de Noordzee straks aan alle normen voldoet, moet het in principe mogelijk zijn om veilig naar het Verenigd Koninkrijk te lopen.”

