Volgens Prins Bernhard komt zijn hebzucht voort uit straatarme jeugd

Foto: RVD / Jeroen van der Meyde / Eddie J. Rodriquez / Shutterstock.com

Hij bezit honderden huurpandjes, waarvan meer dan de helft in Amsterdam. In een openhartig interview laat Prins Bernhard weten dat zijn hebzucht vermoedelijk voortkomt uit zijn straatarme jeugd. Volgens de prins heeft alles wat hij doet te maken met het allesoverheersende gevoel ‘nooit meer armoede’.

Veel geslaagde ondernemers zijn opgegroeid in armoede. Volgens Prins Bernhard geldt dit ook voor hem: “In steden met grote woningnood koop ik de halve binnenstad. Veel mensen zetten daar vraagtekens bij, maar weinigen kennen mijn existentiële nood. In mijn jeugd dwaalde ik als een straatrat door de armetierige kastelen van mijn familie. Soms moest ik vechten met de honden om een stukje biefstuk van een pond. Een schrijnende vertoning.”

Met een brok in zijn keel vertelt de prins over zijn jeugdervaringen: “Wij kwamen over de vloer bij de families Heineken, Brenninkmeijer, Caransa en Schimmelpenninck. Hun wagenparken waren minimaal twee keer zo groot als dat van ons, hun boten drie keer zo groot en ze hadden vier keer meer vakantiehuizen dan wij. Je begrijpt dat dat een gevoel van diepe jaloezie bij mij teweegbracht. Ik besloot toen dat ik nooit meer armer wilde zijn dan dat soort plebs. Met deze bekentenis hoop ik dat mensen een beetje begrip krijgen voor mijn praktijken en begrijpen dat ik ook maar een slachtoffer ben van mijn nooddruftige jeugd.”