
OLDENZAAL - Na ruim veertig jaar achterdocht hangt hij zijn aluminiumhoedje aan de wilgen. “Het is mooi geweest”, aldus Hennie Knevelman, een van de eerste Nederlandse complotdenkers.
“Ik heb het vak van mijn vader geleerd. Die wist al in 1969 dat de maanlanding niet klopte, en dat de buurman erbij betrokken was”, zegt de 73-jarige Knevelman. “Ik was een jaar of twaalf toen ik mijn eerste verbanden legde. Tussen de fluoridering van het drinkwater en de slechte cijfers van mijn broertje, dat soort werk. Klein beginnen.”
Ambacht
In de begintijd ging alles nog met de hand. “We deden het echt ambachtelijk hoor. Knipsels uit de krant, een prikbord, rood draad. Ik heb hele zaterdagen op de microfiche in de bibliotheek gezeten. Dan vond je één verkeerd gespeld woord in een gemeenteverslag en dan wist je: hier klopt iets niet. Daar ging weken werk in zitten. Tegenwoordig roept iedereen maar wat.”
De teloorgang van het handwerk steekt hem. “Ik had laatst een jongen aan de telefoon die beweerde dat de overheid ons in de gaten hield via de slimme meter. Nou, dat klopt, maar hij kon niet eens uitleggen waaróm. Geen onderbouwing. Ik vroeg hem naar de rol van de Bilderbergconferentie en toen viel het stil. Schandalig. In mijn tijd kende je je dossiers.”
Doofpot
De lopende complotten maakt Knevelman nog af. Daarna sluit hij de garagebox waarin hij decennialang zijn knipsels bewaarde. “Het is dubbel hoor”, zucht hij. “Aan de ene kant ben ik trots dat niemand ooit naar me geluisterd heeft. Dat bewijst hoe goed ze het in de doofpot hebben gestopt. Aan de andere kant had ik gehoopt dat mijn zoon de zaak zou voortzetten.”
Schaap
Knevelman vreest dat het echte complotdenken aan het uitsterven is. “De jeugd van nu kijkt drie filmpjes op YouTube en denkt dat ze er zijn. Geen eigen onderzoek, geen geduld, geen vakmanschap. Ze nemen klakkeloos complotten van anderen over. Tja, dan ben je eigenlijk gewoon een schaap. Een goed complot bouw je zelf, steen voor steen, op een fundament dat nergens op slaat. Dat kan niet iedereen.”

