Benzineprijs dramatisch gedaald: waarom grijpt het kabinet niet in?

Foto: Nancy Beijersbergen / Shutterstock.com

De brandstofprijzen lijken in een vrije val terechtgekomen. Moest voor een liter benzine in juni nog 2,50 euro worden betaald, nu kost een liter nog amper twee euro. Nog niet eerder dit jaar was benzine zo goedkoop. Veel Nederlanders vinden dat het kabinet moet ingrijpen om te voorkomen dat de benzineprijs nog verder onderuit gaat.

“De extreem dalende brandstofprijs is een ramp”, zegt econoom Pim Jocherse. “In de eerste plaats voor de samenleving. Door de lage brandstofprijs krijgt de overheid minder accijns en btw binnen. Hierdoor heeft het kabinet minder geld om te besteden aan onderwijs, ouderenzorg en kunstsubsidies.”

Daarnaast is de lagere benzineprijs een drama voor bedrijven als Shell, weet Jocherse: “Een dalende verkoopprijs betekent minder winst. Dat is rampzalig voor een bedrijf dat vrijwel helemaal afhankelijk is van de verkoop van brandstoffen. Als het kabinet hier niets aan doet, kan het zomaar gebeuren dat de aandeelhouders minder dividend krijgen en de directie een lagere bonus.”

Fractievoorzitters van de Tweede Kamer gaan vandaag met coalitiepartijen om tafel om te praten over de dalende brandstofprijzen en de daarbij komende koopkrachtstijging. “Premier Rutte en minister Kaag zeggen dat ze dit jaar niets meer kunnen regelen om de prijzen weer op te krikken, maar dat kunnen ze wél”, zegt Jocherse. “Een paar maanden geleden werd de accijns verlaagd, die kan met hetzelfde gemak weer worden verhoogd. Waarom moet het zo lang duren? Als je te lang wacht, worden mensen het zat.”