
REYKJAVIK - In Europese hoofdsteden is met ongeloof gereageerd op het besluit van de IJslandse regering om de uitslag van het referendum over EU-toetreding onverkort uit te voeren. Premier Kristrún Frostadóttir bevestigde zondag dat de toetredingsgesprekken niet worden hervat, precies in lijn met de uitslag van het referendum.
De uitslag was nipt, en juist daarom rekenden diplomaten op de gebruikelijke vervolgstappen: een duidingsdebat, een commissie van wijzen, eventueel een nieuwe stemming met betere voorlichting tot de uitslag klopt. In plaats daarvan stond premier Frostadóttir nog geen etmaal na het sluiten van de stembussen voor de camera’s om mee te delen dat de regering doet wat de kiezer heeft gezegd.
Niet de bedoeling
“Dit is een gevaarlijk precedent”, reageert Europacorrespondent Ruud Teugel. “Een referendum is een waardevol signaal dat je zorgvuldig weegt en een plek geeft in een breder afwegingskader. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat je zo’n uitslag uitvoert. Als regeringen daadwerkelijk gevolgen gaan verbinden aan de uitslag van een referendum, is het einde zoek.”
Onbegrip
“Er zijn zeker twintig beproefde manieren om met een ongewenste uitslag om te gaan”, legt Herman Callewaert (61) uit, hoogleraar Europese besluitvorming aan de Universiteit Meppel. “Je kunt de vraag herformuleren, de opkomst ter discussie stellen, de uitslag omarmen als startpunt van een dialoog, of gewoon twee jaar wachten tot niemand er meer aan denkt. Dat IJsland al die mogelijkheden terzijde schuift, laat zien hoe weinig het land de Europese bestuurscultuur begrijpt.”

