22 ℃

Zwartrijders beroepen zich steeds vaker op hun geloof: “De Heer kent geen ov-poortjes”

Zwartrijders beroepen zich steeds vaker op hun geloof: “De Heer kent geen ov-poortjes”
Foto: Marcel Rommens / Shutterstock.com

NIJKERK - “Ik heb geen vervoersbewijs, maar ik reis onder de hoede van de Allerhoogste.” Het is een zin die conducteurs steeds vaker horen als ze een reiziger willen bekeuren voor zwartrijden. Steeds meer zwartrijders beroepen zich op hun geloof. Juridisch is er weinig tegenin te brengen.

Vooral op de Valleilijn tussen Amersfoort en Ede en op het traject Zwolle – Meppel krijgt de NS steeds vaker te maken met reizigers die om religieuze redenen niet kunnen inchecken. “Als ik bij de poortjes sta, voel ik heel sterk dat ik erdoorheen moet. Het is alsof de Heer tegen me zegt: ‘spring, Mijn zoon. Spring over het poortje.’ Op dat moment voelt het alsof hogere machten de controle over mijn benen overnemen”, zegt religieus zwartrijder Jurre Bakhuis (20). “Wie ben ik om daar tegenin te gaan? Ik ben maar een eenvoudige reiziger op weg naar Barneveld.”

Gewetensnood

Volgens jurist Herman Coupé kan de NS weinig doen als een zwartrijder zich beroept op zijn geloof: “De Wet personenvervoer kent geen expliciete geloofsexceptie, maar er is in Nederland wel geloofsvrijheid. Dat betekent dat mensen in principe vrij zijn om te handelen naar wat hun geloof voorschrijft. Strenggelovige reizigers kunnen in ernstige gewetensnood komen als ze moeten inchecken. Je vraagt iemand feitelijk om zijn ziel uit te checken.”

Ook theologen zien een stevige Bijbelse basis voor het zwartrijden. “Het Heilige Schrift is hier opvallend duidelijk over”, zegt theoloog Aart Vermeulen van de Universiteit Meppel. “In Matteüs 7:7 staat letterlijk: ‘Klop en er zal voor jullie worden opengedaan.’ Nergens staat: ‘Check in met uw persoonlijke ov-chipkaart en reis met voldoende saldo.’ Als de poortjes niet opengaan na het kloppen, is dat een tekortkoming van de NS, niet van de gelovige.”

Religieuze zwartrijders

De vervoerder erkent dat handhaving lastig is. Conducteurs worden inmiddels getraind om religieuze zwartrijders te herkennen, maar dat blijkt in de praktijk gecompliceerd. “Laatst hield ik een jongen aan zonder geldig vervoersbewijs”, vertelt hoofdconducteur Gea Wolting. “Toen ik mijn boetebonnen pakte, vroeg hij of ik wel wist wat er met Farao is gebeurd. Daar sta je dan, met je bonnenboekje bij Nijkerk.”

 
Deel dit artikel: