
AMERSFOORT - De uitvaartbranche maakt zich grote zorgen over de stijgende levensverwachting in ons land. Waar een Nederlander in 1950 nog keurig rond zijn zeventigste het tijdelijke met het eeuwige verwisselde, loopt de levensverwachting inmiddels op tot ruim tweeëntachtig jaar. Brancheorganisatie Uitvaart Nederland spreekt van een “structurele uitholling van de markt”.
Uitvaartondernemer Jos van Broekheuvel uit Meppel ziet de gevolgen dagelijks aan zijn lege opbaarruimte. “Toen ik dit bedrijf van mijn vader overnam, kon je nog rekenen op een gezonde aanwas. Een strenge winter, een griepje, een verkeerd gegeten oester, en de agenda zat vol. Tegenwoordig komen die mensen gewoon weer overeind”, zegt Van Broekheuvel.
Asociaal
Volgens de uitvaartondernemer is vooral de toegenomen gezondheidsbewustzijn een doorn in het oog: “Iedereen wandelt, fietst, eet quinoa en laat zich preventief onderzoeken. Mensen denken alleen nog maar aan zichzelf en hun eigen welzijn, en helemaal niet aan de ondernemer die afhankelijk is van hun heengaan. Het is asociaal.”
Smallere fietspaden
De branche heeft inmiddels overleg gevoerd met het ministerie van Volksgezondheid, maar voelt zich daar niet gehoord. “Ik heb van alles voorgesteld: rooksubsidie, smallere fietspaden dichter bij de weg, noem maar op”, zegt Van Broekheuvel. “Maar dan beginnen ze meteen weer over ‘volksgezondheid’ en ‘kwaliteit van leven’. Het is altijd hetzelfde liedje. Niemand kijkt naar de werkgelegenheid. Je wil niet op het punt komen waarop uitvaartondernemers zelf het initiatief nemen om de levensverwachting omlaag te krijgen.”

