Stadsbeul Gerrit van Duyl:

“Het kabinet heeft ons vak kapotgemaakt”

Foto: Gualtiero Boffi / Sebra / RossHelen / Shutterstock.com

Niet alleen boeren maken zich zorgen over hun toekomst. Ook andere beroepsgroepen zien de samenleving veranderen en vragen zich af of er in de toekomst nog voldoende werk is. Stadsbeul Gerrit van Duyl (71) uit Delft leeft al jaren in onzekerheid.

Van Duyl komt uit een echte beulenfamilie. “Vroeger had elk dorp zijn eigen beul. Mijn overgrootvader was al beul”, vertelt hij. “Als er ergens iemand ter dood was veroordeeld, dan zorgde je als beul voor de executie. In die tijd ging dat nog heel primitief hoor. Dan was het zwaard bot en moest je soms wel vijf keer uithalen. Zo ging dat vroeger.”

Maar nadat het kabinet de doodstraf in 1870 afschafte, raakte de sector in verval. “De overheid heeft ons beroep willens en wetens kapotgemaakt”, zucht Van Duyl. “Ons mooie ambacht, dat vaak van generatie op generatie werd doorgegeven, bestaat straks niet meer. Mijn kleindochter wil ook graag beul worden, maar ja. Dat kan niet meer in dit land. Het kabinet gaat er totaal aan voorbij dat dit niet alleen ons vak is, maar ook onze hobby en onze passie.”

Met weemoed denkt Van Duyl terug aan de gouden jaren: “Mijn vader voltrok nog weleens een lijfstraf. Dan liep het hele dorp uit om ernaar te kijken. Mooie tijden waren dat. Toen ik het bijltje van hem overnam, ben ik mij gaan richten op valse huisdieren. Pitbulls die een kind hadden gebeten en zo. Daar kon je nog een aardige boterham mee verdienen. Maar tegenwoordig moet alles humaan. Dan is voor mij de lol er af.”