
ZWOLLE - Het klassieke model van vijf dagen fulltime naar de kinderopvang heeft zijn langste tijd gehad. Steeds meer peuters kiezen bewust voor een hybride constructie, waarbij ze slechts twee dagen fysiek op de groep aanwezig zijn. De overige dagen werken ze vanuit huis aan zichzelf.
Mats Verlinde (3) uit Zwolle maakte begin dit jaar de overstap. “Ik merkte dat ik op de crèche vooral bezig was met kringgesprekken en verplichte sociale momenten rond het fruithapje”, vertelt hij vanuit zijn thuisopvangplek, een speelkleed in de woonkamer. “Thuis kan ik me echt focussen. Mijn diepe werk, zoals blokken stapelen en dingen in mijn mond stoppen, doe ik nu geconcentreerd en zonder afleiding.”
Ook Fenna Roozeboom (2,5) uit Etten-Leur is niet meer terug te krijgen naar het oude model. “Vijf dagen op de groep is gewoon niet meer van deze tijd. Elke dag om zeven uur gewekt worden, in de file naar de opvang, en dan de hele dag ‘aan’ moeten staan. Nu bewaak ik mijn grenzen. Op woensdag ben ik in principe onbereikbaar.”
Trend
Gedragswetenschapper Margareth Colgate van de Universiteit Meppel ziet de trend al langer aankomen. “De coronapandemie heeft ook onder peuters het besef doen ontstaan dat fysieke aanwezigheid lang niet altijd nodig is”, legt ze uit. “Veel van wat op de crèche gebeurt, zoals huilen, slapen en weigeren te eten, kan prima vanuit huis.”
Aanwezigheidscultuur
Wel waarschuwt Colgate voor de aanwezigheidscultuur die op sommige groepen nog heerst. “Er zijn nog altijd leidsters die vinden dat je je pas echt ontwikkelt als je elke dag naar de crèche komt. Dat is een verouderde managementstijl. Een moderne pedagogisch medewerker stuurt niet op aanwezigheid, maar op output: is het kind zindelijk, ja of nee?”

