Over iets minder dan een week is het vijftig jaar geleden dat Suriname onafhankelijk werd van Nederland.
Sinds die tijd zijn ruim 250.000 Surinamers naar Nederland gekomen, waarvan momenteel 181.000 in Nederland wonen. De eerste generatie Surinamers die na 1975 naar Nederland emigreerde, ondervond vaak sociaal-economische uitdagingen, onder andere door taalbarrières. Jongere generaties maken inmiddels een inhaalslag en integreren beter.
De piek van migratie vond plaats in 1975, het onafhankelijkheidsjaar, toen bijna 40.000 Surinamers naar Nederland kwamen. Aanvankelijk bestond de groep vooral uit goed opgeleide economische migranten uit Paramaribo, maar later verhuisden ook lager opgeleide bewoners van het platteland. Van de Surinamers in Nederland zijn vrouwen in de meerderheid.
Sociaaleconomisch doen tweede en derde generatie Surinamers het beter en lijken ze steeds meer op autochtone Nederlanders. Surinamers wonen vooral in grote steden zoals Amsterdam en Almere, waar ook de grootste concentratie is. Sinds de jaren tachtig is het aantal migranten afgenomen, maar de laatste jaren volgt er een lichte stijging.

