
ALKMAAR - Nederlandse automobilisten laten zich niet gek maken door de torenhoge brandstofprijzen. Nu de literprijs door de accijnsverhoging per 1 januari richting de 1,90 euro kruipt, wijken steeds meer bestuurders uit naar Polen. Dat een tankbeurt daar slechts 1,35 euro per liter kost, weegt volgens velen ruimschoots op tegen de reistijd van twee dagen.
Nederlandse automobilisten redeneren simpel: waarom zou je de Nederlandse staatskas spekken als je voor 55 cent per liter minder je auto vol kunt gooien in Szczecin of Poznań? Sinds het begin van dit jaar is er een enorme toename van dagjesmensen die vijftienhonderd kilometer omrijden om ‘de hoge heren in Den Haag’ te slim af te zijn.
Een van de pioniers van deze besparingsstrategie is Richard van Voorschoten uit Alkmaar. Hij moet morgen voor een zakelijke afspraak naar Hengelo, maar heeft besloten de route via het noordwesten van Polen te nemen. “Het voordeel van een verenigd Europa is dat je makkelijk even naar Polen kunt rijden om te tanken. Op een volle tank scheelt mij dat ruim 30 euro”, rekent hij tevreden uit. Dat hij door deze manoeuvre zijn wekker om 02:30 uur moet zetten, neemt hij voor lief.
Van Voorschoten is inmiddels bijna in Hengelo, al begint zijn brandstoflampje wel weer te branden door de lange terugreis vanuit Szczecin. “Ook daar heb ik aan gedacht”, knipoogt hij. “Op de terugweg gooi ik de tank weer vol in Tsjechië. Daar kost een liter benzine slechts 1,32.”

