
DEN HAAG - In navolging van de recente ontwikkelingen rondom Groenland en Denemarken, neemt het demissionaire kabinet het zekere voor het onzekere. Er is met spoed een ambtelijke werkgroep in het leven geroepen om te inventariseren welk deel van ons land preventief kan worden afgestaan aan de Verenigde Staten, mocht president Trump zijn oog op Nederland laten vallen.
Volgens ingewijden wil Den Haag voorkomen dat Nederland in een diplomatieke wurggreep belandt door onvoorbereid te zijn op het Amerikaanse imperialisme. “Het is niet uit te sluiten dat president Trump ook een deel van het Nederlandse grondgebied opeist”, zegt hoogleraar geopolitiek Theo Stoelen, die het onderzoek leidt. “Denk bijvoorbeeld aan de provincie Groningen, die nog steeds over aardgasbronnen beschikt. Het kabinet wil in geval van nood een gebied kunnen aanbieden, voordat Trump zelf een stuk land selecteert.”
Stoelen benadrukt dat eigen regie cruciaal is: “Als Nederland niet proactief handelt, bestaat het risico dat Trump strategisch vitale delen zoals de Rotterdamse haven of Schiphol opeist. Dat willen we absoluut voorkomen.”
Noodoffer
Welke provincie als noodoffer kan dienen, is volgens Stoelen nog niet zeker: “Naast Groningen kijken we met veel interesse naar Drenthe. Het is er ruim, dunbevolkt en biedt uitstekende mogelijkheden voor de aanleg van exclusieve golfresorts, iets waar de president zeer gevoelig voor is. Ook Flevoland is een optie; het is vlak, rechtlijnig en cultureel gezien toch al nauwelijks geworteld in de Europese historie.”
Sommige partijen vinden het onderzoek voorbarig, omdat Trump nog geen concrete dreigingen richting Nederland heeft geuit. Stoelen begrijpt dat, maar waarschuwt voor te veel naïviteit: “Natuurlijk kun je denken: ‘Trump is niet geïnteresseerd in ons kleine kikkerlandje’, maar dat dachten ze in Denemarken ook.”

