
MEPPEL - In Meppel is dit weekend het eerste Drentse datacenter in gebruik genomen. Met een eigen datacenter is Drenthe niet meer afhankelijk van Amerikaanse techbedrijven.
Veel bedrijven en overheidsdiensten zijn afhankelijk van Amerikaanse techreuzen zoals Microsoft, Google en Amazon. Nu de band met Amerika verslechtert, zien ze de noodzaak om ook op digitaal gebied op eigen benen te staan. In de voormalige varkensslachterij aan de Eendrachtstraat in Meppel is daarom het eerste Drentse datacenter geopend.
Burgemeester Arjen Maathuis verrichtte vanmiddag de officiële opening door de eerste computer aan te zetten. Hoewel er momenteel slechts één machine draait, sluit de gemeente niet uit dat er in de toekomst meer hardware wordt bijgeplaatst om de rekenkracht te verdubbelen. “Ons datacenter beschikt over genoeg verlengsnoeren en een internetaansluiting. We willen hiermee vooral laten zien dat Meppel op technologisch gebied niet onderdoet voor de grote jongens uit de techwereld. Nederland moet een eigen cloud opzetten en zoals u ziet loopt Meppel daarin graag voorop.”
De keuze voor een lokale server betekent dat gevoelige data voortaan veilig binnen de gemeentegrenzen blijft. Volgens de burgemeester biedt het datacenter in Meppel voldoende opslagruimte: “Bij wijze van proef hebben vrijwilligers zojuist mijn vakantiefoto’s van een usb-stick naar de harde schijf verplaatst. Er is nu nog 614 Megabyte over, die wat mij betreft zo kan worden gebruikt door bedrijven als Jonkman Occasions en Pannenkoekenhuis Sneeuwwitje. En voor Medisch Centrum Meppel heb ik ook al een map gemaakt, hoewel medische gegevens hier meestal door de buurt zelf worden onthouden.”

