
NEW YORK - Premier Rob Jetten is nog steeds aan het nagenieten van zijn eerste toespraak bij de Verenigde Naties. Hij mocht in de Grote Zaal, had een eigen plek en kreeg na afloop complimentjes van het publiek.
“Eerst mocht ik naar iemand van de beveiliging en die gaf mij een toegangspas en toen mocht ik naar binnen”, vertelt Jetten. “Het was echt een heel groot gebouw. En er waren allemaal mensen uit andere landen. Er was zelfs een meneer uit India en iemand uit IJsland. Die waren daar dus helemaal naartoe gekomen voor mij. Superlief.”
Spiekbriefje
Jetten had lang geoefend voor zijn toespraak, want er stonden een heleboel moeilijke woorden in. “Internationale rechtsorde”, zegt hij trots. “Dat kan ik nu gewoon zeggen. Eerst ging het een paar keer mis, maar gisteren ging het helemaal goed. Ik had een briefje waarop stond wat ik moest zeggen, voor als ik het even niet meer wist.”
Ondanks de zenuwen weet Jetten nog wat hij bij de VN verteld heeft. “Ik heb gezegd dat ze met hun handen van het Internationaal Strafhof af moeten blijven. Want dat staat bij ons in Den Haag. Ik woon ook in Den Haag. Dus ik weet daar best veel van.”
Aandenken
Jetten heeft zijn toegangspas bewaard als aandenken. “Ik vond het heel erg leuk”, glundert hij. “En als ik het goed blijf doen, mag ik misschien volgend jaar weer!”
Door alle spanning en het tijdsverschil is Jetten nu wel erg moe. Daarom gaat hij vanavond wat vroeger naar bed.



