
OOSTRUM - De Raad van State heeft de grote natuurbrand bij het Limburgse Oostrum met onmiddellijke ingang stilgelegd. Volgens de hoogste bestuursrechter beschikt het gebied niet over een geldige houtstookvergunning, terwijl er sinds zondagochtend onafgebroken hout wordt verbrand. Extra kwalijk vindt het rechtscollege dat er een stookalert van het RIVM van kracht is.
De zaak was aangespannen door de Belangenvereniging Rookvrij Venray van buurtbewoner Theo Litjens (61). Volgens de vereniging lapt de bosbrand vrijwel elke stookregel aan zijn laars: er werd gestookt tijdens code rood op de Stookwijzer, het vuur verbrandt levende dennen met een vochtpercentage van ruim 55 procent (ver boven de toegestane 20) en van de voorgeschreven Zwitserse aansteekmethode is nooit sprake geweest.
Overschrijding fijnstofnorm
De Raad van State heeft de vereniging op alle punten in het gelijk gesteld. In de uitspraak stelt het rechtscollege vast dat de brand “structureel hout verstookt zonder deugdelijke rookgasafvoer”, waardoor de rook op leefniveau blijft hangen. Ook ontbreekt een schoorsteen van de wettelijk voorgeschreven hoogte. Metingen wijzen op een overschrijding van de fijnstofnorm met een factor 3.400.
De uitspraak houdt in dat de natuurbrand vóór morgenmiddag 12:00 uur gedoofd moet zijn, op straffe van een dwangsom. Om door te kunnen branden er nog één legale route: daarbij moet de brand worden geregistreerd als paasvuur. In dat geval mag de brand tot begin april doorwoekeren.

