
HENGELO - Huisartsenpraktijken zijn telefonisch nagenoeg onbereikbaar, wordt vaak beweerd. Onzin, bewijst de 34-jarige Jesse Verbraak uit Hengelo. Na 47 belpogingen, verspreid over elf werkdagen, kreeg hij donderdag om 10:04 uur een assistente van de huisartsenpraktijk aan de lijn. “Een echt mens”, glundert hij. “Geen bandje, geen piep. Een stem, met een naam.”
Het contact kwam niet vanzelf. “De eerste week ben ik niet verder gekomen dan het keuzemenu”, vertelt Jesse. “Kies 1 voor levensbedreigende spoed, kies 2 voor herhaalrecepten, kies 3 voor uitslagen. Een knop voor ‘ik wil gewoon een afspraak’ bestaat niet. Dat is het geheime level, daar moet je voor doorbellen.”
Ook daarna bleef het spannend. “Op dag zes stond ik op plek veertien in de wachtrij. Na drie kwartier was ik eindelijk de eerste wachtende. Precies op dat moment ging de lijn dicht, want om tien uur eindigt het telefonisch spreekuur. Even was ik er kapot van. Maar achteraf ben ik dankbaar voor die les: succes komt je niet aanwaaien.”
Vrije dag
Voor de beslissende poging nam Jesse een vrije dag op. “Mijn leidinggevende vroeg naar de reden. Ik heb ‘medisch’ ingevuld, dat klopte strikt genomen ook. Om 7:58 uur zat ik klaar met twee opgeladen telefoons en een thermoskan koffie. Om 8:00 uur belde ik: in gesprek. Bij de veertiende poging die ochtend kwam ik in de wachtrij en toen wist ik: vandaag schrijf ik geschiedenis.”
Het wachtmuziekje kent hij inmiddels uit zijn hoofd. “Ik fluit het onder de douche, inclusief de hapering na twaalf seconden. Als het op Spotify stond, was het mijn meest gestreamde nummer van het jaar.”
Om 10:04 uur werd er opgenomen. “Ik was even sprakeloos”, geeft Jesse toe. “Ik had niet meer op menselijk contact gerekend. De assistente vroeg of het spoed was. Toen ik nee zei, wees ze me erop dat je voor afspraken eigenlijk vóór tien uur moet bellen. Het was vier over tien. Dat ze me toch te woord stond, vond ik heel groots van haar. Dat had ze niet hoeven doen.”
Oor
Waarvoor hij ook alweer belde, weet Jesse niet meer precies. “Iets met mijn oor, geloof ik. Het is inmiddels vanzelf overgegaan.” Op de vraag of hij nog medische ambities heeft, moet Jesse even nadenken: “Ooit hoop ik de huisarts in het echt te zien. Maar je moet realistisch blijven.”


