
DEN BURG - In de afgelopen 24 uur zijn meer dan 800 mensen van het vasteland naar de Noord-Hollandse enclave Texel gekomen. Het gaat vooral om oudere gelukszoekers. De meesten proberen de enclave per boot te bereiken.
Volgens waarnemers gaat het vooral om zestigplussers uit veilige herkomstgebieden als ’t Gooi, de Veluwe en Amstelveen. Hun motieven zijn vrijwel altijd economisch: op het eiland hopen ze op een beter bestaan.
De oversteek begint vrijwel altijd in Den Helder, waar zich vanochtend al vroeg lange rijen vormden bij het water. Voor de tocht over het Marsdiep betalen de gelukszoekers tientallen euro’s aan de rederij die de route volledig in handen heeft. De boten zitten stampvol: de nieuwkomers staan dicht opeengepakt tussen auto’s, fietsen en bagage. Van serieuze grensbewaking is op Texel geen sprake. Wie de overtocht kan betalen komt relatief eenvoudig binnen; naar papieren wordt niet gevraagd.
Onder de nieuwkomers die vanochtend voet aan wal zetten, is de 67-jarige Ruud Vermeulen uit Bussum. Samen met zijn vrouw waagde hij de oversteek, nadat het echtpaar alles had achtergelaten. De overtocht omschrijft hij als zwaar. “Twintig minuten op open zee, staand tussen vreemden, zonder zicht op een zitplaats. Dat wens je niemand toe. Maar als je hoort dat er aan de overkant rust en zeezicht wacht, dan neem je dat risico.”

