Honderdduizenden betogers zijn de straat opgegaan in de Filipijnen om te protesteren tegen grootschalige corruptie, vooral in verband met falende waterwerken.
Na twee dodelijke orkanen waarbij meer dan 250 mensen omkwamen en miljoenen moesten vluchten, uitten zij hun woede over slechte bouwpraktijken die volgens hen levens hadden kunnen redden. Een onderzoekscommissie ontdekte eerder dat veel overheidsprojecten voor afwatering en dijkversterking slecht waren uitgevoerd, vaak vanwege steekpenningen en het gebruik van inferieur materiaal. Tijdens een parlementaire hoorzitting gaf een aannemersechtpaar toe regelmatig steekpenningen te betalen aan politici, die tot een kwart van de projectkosten eisten.
Politici aan beide zijden van het politieke spectrum worden van corruptie beschuldigd, waaronder een neef van president Marcos. Ondanks aanklachten tegen 37 verdachten en belastingonderzoeken groeit de druk op Marcos om daadkrachtig op te treden. Grote kerken riepen op tot drie dagen protesten, waarbij alleen al in Manilla ruim 300.000 mensen demonstreren.
Het presidentieel paleis is streng beveiligd uit angst voor geweld.

