“Over 50 jaar zie je clowns alleen nog in het circus”

Jaarlijks worden nog maar zeshonderd mensen geboren als clown. Hun aantal daalt snel. Clowns zijn een vergeten minderheid. Ze worden stelselmatig uitgelachen, bespot en gediscrimineerd. Hoe is het om als clown te moeten leven? Wij spraken met clown Martin Brenninks (50) uit Schellinkhout.

Foto: Drevs / Shutterstock.com

Martin werd in 1968 geboren, drie weken te vroeg. “Toen mijn moeder hoorde dat ik een clown ben, wilde ze niets meer van me weten. Ik ben opgegroeid bij pleegouders”, vertelt Martin. “Op school werd ik ermee gepest. Later belandde ik – zoals zo veel clowns – in het circus. Het publiek lachte me uit, vernederde mij. Een freakshow, dat was het.”

Door zijn ervaringen in het circus ontwikkelde Martin een posttraumatische stressstoornis. En hij is niet de enige met psychische problemen. De meeste clowns durven de straat niet eens op. Hooguit met carnaval. Dan mogen ze een paar dagen zichzelf zijn.

Martin vreest dat clowns over vijftig jaar alleen nog in het circus te zien zijn. “Sommige clowns belanden uiteindelijk bij de CliniClowns, om te worden uitgelachen door kankerpatiënten. Of ze raken aan de drank. Maar meestal allebei.”